Logo

Weesper chocolade in Amerika

In 1893 werd in Chicago de wereldtentoonstelling ‘World’s Columbian Exposition’, georganiseerd ter gelegenheid van het feit dat Christoffel Columbus 400 jaar geleden in Amerika was aangekomen. Op deze tentoonstelling met c. 200 gebouwen was ook Nederland vertegenwoordigd. Naast de Nederlandse delegatie was er ook nog een Nederlands bedrijf aanwezig, namelijk de firma C.J. Van Houten & Zoon, een Cacao- en chocoladefabrikant.

Chocoladedag 4

Voor de gelegenheid werd een paviljoen in Art Nouveau stijl ontworpen door architect Jules Hofman. Het gebouw, dat mogelijk is geïnspireerd op het stadhuis van Franeker, is gebouwd in Oudhollandse stijl, met een trapgevel en kleurige muren. Het bestond uit twee verdiepingen en bevatte vijf mooi ingerichte salons met Delftse tegeltjes en veel houtwerk overgebracht uit Nederland. Er waren c. 20 Amerikaanse meisjes, want de Nederlandse meisjes spraken niet goed genoeg Engels, die de bezoekers bedienden in nationale klederdracht.
Voor 5 dollarcent kon er een kop chocolademelk gedronken worden. Dagelijks werden er zo’n 1400 koppen chocolade uitgeschonken en gedurende de vijf maanden dat het paviljoen geopend was, was dit aantal bijna 700.000 koppen. Dit aantal is op geen enkele andere wereldtentoonstelling geëvenaard.

Chocoladedag 5

Het product, de Van Houten’s Cacao, werd bekroond en ook het gebouw, viel in de prijzen. Na afloop van de wereldtentoonstelling werd het huis niet zomaar afgebroken. Het zou eerst terugkeren, maar uiteindelijk is het verkocht op een veiling, waar het werd gekocht door Colonel Charles. B. Appleton. Hij liet het ontmantelen en in stukken verhuizen naar een onontwikkeld stuk land in Brookline Massachusetts. Hier is het, baksteen voor baksteen, opnieuw opgebouwd. Vervolgens is meneer Appleton er met zijn gezin gaan wonen. Vandaag de dag staat het paviljoen er nog steeds, op 20 Netherlands Road, en wordt het in de volksmond 'The Dutch House' genoemd. 

Chocoladedag 1Chocoladedag 2

 Alle informatie en beeldmateriaal is afkomstig uit GAW132 Collectie Van Houten te Weesp / Peter van Dam, inv nr 5 (dossier 5) Thema, : promotie o.a. het paviljoen op de World Columbian Exhibition in Chicago 1893.

Een kerkrekening omgeslagen in 'den gehele aerdcloot'

In het archief van de hervormde gemeente Mijdrecht kwamen wij een kerkrekening uit 1672 tegen die is verpakt in een kalender uit het jaar 1667 uit Utrecht. De kalender was in 1672 niet meer actueel, en kreeg blijkbaar zo een tweede leven als bescherming van het kerkarchief. Zo’n kalender is een ontzettend leuke bron waar veel op is te zien. Zoals de maandstanden gedurende het jaar, een nieuwjaarswens van de drukker, de verschillende heiligendagen die werden gevierd, een afbeelding van de ‘gehelen aerdcloot’ en een afbeelding waarbij is aangegeven welk lichaamsdeel bij welk sterrenbeeld hoort. Je vindt er ook een lijst met tijden op waarop de poortklok werd geluid, zowel in de ochtend als in de avond. Dat was belangrijke informatie voor de inwoners want zodra de poort dicht zat kwam je de stad niet meer in! Een schat aan informatie die ons veel vertelt over het leven in de 17e eeuw en waar wij uren naar kunnen kijken.

Bron: RHCVV, toegang 1090, Hervormde Gemeente Mijdrecht 1620-1953, inv. nr. 59.

Almanak 1Almanak 2Almanak 3Almanak 4

Almanak 5Almanak 6Almanak 7

Kermis en onenigheid; de verhalen van de bouw van de Weesper Gasfabriek

Bouw Gasfabriek Nijverheidslaan Weesp
In 1912 wordt er een vergunning verleend voor de bouw van een nieuwe gemeentelijke gasfabriek aan de Nijverheidslaan.  Er zijn veel stukken bewaard gebleven rond de bouw van deze fabriek zoals bouwtekeningen, begrotingen, voorschriftregels met regels rondom materiaal, werktijden en lonen en de aanbesteding. Maar misschien wel de leukste bron zijn de opzichtersboeken.

Gasfabriek 1 tekening-straatzijde met opslagcontainer

Afbeelding 1. RHCVV, toegang GAW094, Gemeente Weesp, (1912) 1913-1922 (ca. 1950), inv. nr. 21, tekening Gasfabriek aan de Nijverheidslaan in Weesp.

In deze opzichtersboeken worden van dag tot dag door de opzichter bijgehouden wat voor personeel er aanwezig is op de bouwplaats, of er nog materiaal is aangeschaft of geleverd, hoe lang er gewerkt wordt en wat voor werk er gedaan is. Dit is leuke achtergrondinformatie om te lezen en geeft veel inzicht in het bouwproces. Maar het leukste is de laatste kolom met aanmerkingen. Hierin wordt van alles genoteerd: Bijzondere gebeurtenissen of bezoekers, weersomstandigheden en incidenten. Hieronder een klein overzicht.

Kermis in de stad
Begin oktober 1912 is de kermis in de stad. Op 9 oktober vinden we dan ook een vermelding dat een viertal timmerlieden een halve dag en 2 opperlieden een ‘geheelen dag’ verzuimen te werken zodat zij naar de kermis konden gaan.

 Gasfabriek 2 opzichtersboek-3  Gasfabriek 3 kermis-heel

Afbeelding 2 en 3. RHCVV, Toegang 1660, Woonomgeving Weesp, bouwvergunningen 1811-1999, BP-1911-7, voorkant van de opzichtersboeken en foto van een detail uit het opzichtersboek (20 februari 1913).

Onenigheid op de werkplaats
Op 3 december 1912 wordt het werk ‘uit eigen beweging’ neergelegd door de schildersbaas, omdat een eerder ontslagen schilder toch weer aan het werk was gegaan. De opzichter vraagt hem opnieuw om te vertrekken en na veel gevloekt te hebben doet hij dat uiteindelijk. Hierop vraagt de schildersbaas of dit besluit definitief was en bij bevestiging verklaarde de schildersbaas zich solidair met zijn compagnon en legt het werk vrijwillig neer en vertrekt. De architect wordt op de hoogte gesteld. Op 3 december komt hier nog een vervolg op in de vorm van een samenkomst met de aannemer en de betrokken schilders.

 Gasfabriek 4 schilder vertrokken uit eigen beweging-detail - uitsnede  Gasfabriek 5 t is bespottelijk-detail-uitgesneden

Afbeelding 4 en 5. RHCVV, Toegang 1660, Woonomgeving Weesp, bouwvergunningen 1811-1999, BP-1911-7, tweetal details uit het opzichtersboek (3 december 1912 en 19 mei 1913).

De opzichter wordt door de architect in het gelijk gesteld en de patroon wordt niet toegestaan om verder aan de fabriek te werken. De aannemer en architect hebben vervolgens ook nog een appeltje met elkaar te schillen. Uiteindelijk geeft de aannemer toe voor verbeteringen te zorgen. Hiermee is het probleem echter niet opgelost, want op 2 juni 1913 vindt er opnieuw een incident plaats met de schilders. wanneer er een schilder door de politie van het terrein moet worden verwijdert, maar er wordt hard doorgewerkt zodat op 2 juli, twee weken na de rest, ook het schilderwerk op tijd gereed is voor de officiële opening van de fabriek op 4 juli.

“t Is bespottelijk”
Naast onenigheid zorgen ook andere problemen voor het opschorten van de werkzaamheden. Zo worden er regelmatig opmerkingen gemaakt over goederen die niet geleverd worden. In dit geval gaat het over de stratenmakers die niet aan het werk kunnen of niet aanwezig zijn omdat er geen stenen zijn om mee te werken.

Daarnaast zorgde ook het weer ook af en toe voor oponthoud. In de week van 20 februari 1913 zijn er minder mensen aan het werk en kunnen sommige werkzaamheden niet doorgaan. Op 26 februari wordt vermeld “Laatste dag dat het werk door vorst belemmerd is”.

Gasfabriek 6 vorst-heel 2

Afbeelding 6. RHCVV, Toegang 1660, Woonomgeving Weesp, bouwvergunningen 1811-1999, BP-1911-7, twee pagina's uit het opzichtersboek (20 februari 1913)

In the picture
Het opzichtersboek vermeldt ook dat op 23 december 1912 “fotographische opnamen” worden genomen van de gebouwen. Wij hebben in ons archief een aantal foto’s van de Gasfabriek gedateerd op c. 1912, die mogelijk tijdens deze opnamen zijn gemaakt.

Gasfabriek 7 gawfoto05182

Afbeelding 7. RHCVV, toegang GAW200-05, fotocollectie gemeentearchief Weesp, gawfoto05182.

Het archief van de familie Stickle-Marshall

Het leven van een Engelse familie in de Weesper archieven

Naast de overgedragen archieven van de gemeente, kerken en notarissen hebben wij ook archieven van particulieren, waaronder een paar familiearchieven. Een van die familiearchieven is dat van de familie Stickle-Marshall.

Dit familiearchief begint bij de huwelijksakte van Thomas Stickle en zijn vrouw Elizabeth Marshall. Zij trouwen in 1798 in de parochie van Saint George in Middlesex, Engeland. In de huwelijksakte staat vermeld dat hij een bachelor is en zij een spinster, hiermee wordt aangeduidt dat beiden nog niet eerder gehuwd waren geweest.
Thomas vaart als kapitein op handelsschepen voornamelijk naar West-Indië. Op een gegeven moment gaat Thomas, als Engelse kapitein, ook varen op schepen die varen onder een Nederlandse vlag, waaronder het schip “De Jonge Gerarda Jacoba”. Rond deze tijd verhuist het stel ook naar Nederland, dit weten we door belastingen en huurovereenkomsten (huurcedullen) die wij in het archief hebben gevonden. Ze hebben vanaf 1820 op verschillende adressen in Amsterdam gewoond, in ieder geval ook op de Haarlemmerdijk nabij de Eenhoornsluis.

Iren - Thomas Stickle huwelijksakte
Huwelijksakte van Thomas Stickle en zijn vrouw Elizabeth Marshall, 1789. 

Thomas en Elizabeth hebben een zoon die óók Thomas heet. Hij gaat naar school in Greenwich, Londen, waar hij het vak van zijn vader leert. Zijn schoolboeken en schriften staan vol met aantekeningen, sommen en problemen over geografielessen, navigeren aan de hand van de zon, maan en sterren, en vele reken- en wiskundige oefeningen om het navigeren te leren. Deze zijn voorzien van illustraties.
Terwijl hij op school zit in Greenwich schrijft hij ook brieven aan zijn vader waarin hij vertelt dat hij graag met zijn vader mee wil varen naar West-Indië omdat hij hoort dat het zo’n mooie plek is. Als zijn vader, Thomas Sr., besluit dat hij nog niet mee mag, wil Thomas Jr. ter compensatie wel graag de papegaai ontvangen die zijn vader heeft gekregen.

 

 Iren - Thomas Stickle brief 1817  Iren - Thomas Stickle schooltekening 2
 Brief van Thomas aan zijn ouders en een tekening uit een van zijn schoolschriften, 1816-1819.
 RHCVV, Archieftoegang GAW47-02: Familie Stickle-Marshall, Weesp, 1789-1850, inv. nr 3

 

In een brief uit 1821 lezen we dat Thomas Sr. is overleden op 11 oktober 1820 in Suriname. Dit verdrietige nieuws wordt bevestigd met een officieel document vanuit Paramaribo, van het kantoor van de Gemaal Majoor van de koning.

In dezelfde brief schrijft de vriend van de familie dat hij kan zorgen dat Thomas Jr. kan gaan varen onder kapitein Smit. Op het schip “De Jonge Gerarda Cornelia” vaart hij zijn vader achterna naar West-Indië. De eerste jaren vaart hij op en neer tussen Nederland en Suriname, daarna lezen we uit brieven naar zijn moeder dat hij als stuurman gaat varen naar Oost-Indië en Batavia.
De laatste brief die wij in het archief hebben komt uit 1828. In deze brief vanuit Kaap de Goede Hoop lezen we dat Thomas ‘hoopt haar welhaast weer te zien’. Dat weerzien heeft waarschijnlijk niet meer plaatsgevonden. Elizabeth verhuist op 1 september 1848 naar het Bartholomeus Gast- en Armenweeshuis te Weesp, waar ze op 8 juli 1850 is overleden. Uit documentatie van het Gast- en Armenweeshuis blijkt dat het laatste contact dat Elizabeth met haar zoon heeft gehad in 1832 is geweest. Na haar dood werd haar erfenis in ontvangst genomen door een buurman of vriend, Jan Ruyter, en niet door haar zoon Thomas zoals je zou verwachten. 

Iren - Thomas Stickle familiebijbel
Familiebijbel, RHCVV, Archieftoegang GAW47-02:
Familie Stickle-Marshall, Weesp, 1789-1850, inv. nr 6

In de boedelinventaris bij het testament wordt een vermelding gemaakt van een portret van haar zoon en tekeningen van het schip waar haar man kapitein van was. Deze objecten hebben wij helaas niet, in het archief is nog wel een Engelse Priestly bijbel bewaard gebleven. Deze rijkgedecoreerde bijbel behoorde tot de persoonlijke eigendommen van de familie Marshall. 

Het familiearchief van Stickle-Marshall geeft het belang weer van familiearchieven: de simpelste schoolschriftjes of brieven kunnen jaren later een verhaal vertellen dat anders in de vergetelheid zou zijn geraakt. Van fotoalbums tot rouwkaarten, poziealbums tot recepten opgeschreven door oma, het bewaren is de moeite waard en kan voor toekomstige generaties enorm vermakelijk en fijn zijn om te hebben. 

Stedenband Weesp-Svitavy

In het najaar van 1992 werd de Vereniging Stedenband Weesp-Svitavy statutair opgericht, de oprichtingsvergadering volgde in januari 1993. Al eerder, in september 1989, was er een werkgroep opgericht om te komen tot een stedenband tussen Weesp en een stad in Oost-Europa. Wat was de achtergrond van deze stedenband?

Na de val van de Berlijnse Muur in het najaar van 1989 brokkelde het communistische regime in Oost-Europa af. In Nederland waren er organisaties die zich al vele jaren lang bezighielden met de vraag hoe we die landen zouden kunnen helpen. En vooral ook: hoe kunnen we van elkaar leren? Zo waren er bijvoorbeeld vele contacten tussen kerken in Nederland en kerken in Oost-Europa.

Het Platform Gemeentelijk Vredebeleid van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten schreef in 1989 een brief aan alle gemeenten in Nederland over de mogelijke hulpverlening aan Oost-Europa. De Vereniging Vredeswerk Weesp kreeg in hetzelfde kader een brief van het Interkerkelijk Vredesberaad (IKV) en zocht contact met de gemeente. Er werden vervolgens voorlichtingsbijeenkomsten in Weesp georganiseerd, waarbij vertegenwoordigers van andere stedenbanden werden uitgenodigd om hun ervaringen te delen. Een en ander mondde in 1989 uit in de oprichting van een werkgroep, die de totstandkoming van een stedenband zou gaan voorbereiden. Leden van de werkgroep waren onder meer: een wethouder van de gemeente, afgevaardigden van de grootste partijen ter plaatse, van de Raad van Kerken Weesp, van sport en cultuur, en van Vredeswerk Weesp. Eind 1989 was er landelijk een symposium over stedenbanden met Oost-Europa.

Er werd plaatselijk hard gewerkt aan de totstandkoming van een stedenband: het werd uiteindelijk de Tsjechische stad Svitavy. In 1991 legden de burgemeester en een wethouder een bezoek af aan Svitavy, er volgde een tegenbezoek. Verenigingen, kerken en particulieren konden kennismaken met de delegatie uit Svitavy.
De gemeenteraden van Weesp en Svitavy gaven hun toestemming voor het aangaan van een stedenband. In maart 1992 werd in het Weesper stadhuis daartoe een verdrag getekend en in oktober van hetzelfde jaar werd de Vereniging Stedenband Weesp-Svitavy officieel opgericht.

Weesp-Svitavy
Bron foto: WeesperNieuws

Svitavy is een stadje in het westelijk deel van Tsjechië, op 180 km van Praag. Het ligt in een mooie, toeristische omgeving en had in die tijd ca 20.000 inwoners (Weesp had toen 18.000 inwoners). Svitavy heeft een rijke historie en is vanouds een industriestad (tabak, bier en textiel).

Na de oprichting van de Vereniging werden al snel uitwisselingsbezoeken georganiseerd. Zo kwam in 1992 de muziekkapel uit Svitavy op bezoek en was te gast bij de Weesper muziekvereniging Jubal. Er volgden vele andere muzikale bezoeken over en weer; voetballers gingen naar Svitavy en andersom, delegaties uit Tsjechië brachten werkbezoeken om te leren over uiteenlopende onderwerpen: rioolwaterzuivering, de gezondheidszorg, het bejaardenbeleid, schooluitwisseling enz... En er ontstonden vriendschapsbanden. De Vereniging kreeg weliswaar subsidie, maar het meeste geld moest zelf worden opgehoest en bijeen gesprokkeld met o.m. acties, collectes en sponsoring.

Op 1 maart 2011 kwam er een einde aan de Vereniging Stedenband Weesp-Svitavy. De opheffing was het gevolg van tanende contacten tussen de beide steden, aldus het WeesperNieuws van 22 februari 2011.
Het archief van de werkgroep en Vereniging Stedenband Weesp-Svitavy is enkele jaren geleden in bewaring gegeven bij het Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen, locatie Weesp. Het omvat met name papieren archief, maar onder meer ook krantenknipsels, enkele publicaties en audiovisueel materiaal. De omvang is 50 cm. Het archief is niet compleet, de nadruk ligt op de jaren '90 van de vorige eeuw. Bij het inventariseren is zoveel mogelijk de oude orde gehandhaafd. Waar dat nodig was voor een goede toegankelijkheid, zijn daarin wijzigingen aangebracht. Er zijn alleen stukken vernietigd die dubbel of zelfs driedubbel in het archief aanwezig waren.

21-05-2021, Wilma de Kruijter-Zandstra