Stichtse Vecht

Stichtse Vecht

De gemeente Stichtse Vecht is op 1 januari 2011 ontstaan door samenvoeging van de voormalige gemeenten Maarssen, Breukelen en Loenen. De gemeente heeft zo'n 63.000 inwoners. Stichtse Vecht ligt tussen de steden Amsterdam en Utrecht en telt een aantal kernen, veelal bestaand uit dorpen of buurtschappen.Lees meer >>
De Ronde Venen

De Ronde Venen

De Ronde Venen is op 1 januari 2011 ontstaan door de samenvoeging van de voormalige gemeenten Abcoude en De Ronde Venen. De gemeente telt bijna 43.000 inwoners en ligt op een steenworp afstand van Amsterdam, Schiphol en Utrecht. De belangrijkste woonkernen in de gemeente zijn de dorpen en buurtschappen Mijdrecht, Vinkeveen, Waverveen, Wilnis, Abcoude...Lees meer >>
De Bilt

De Bilt

De Bilt is een fusiegemeente die in 2001 is ontstaan na samenvoeging van de gemeenten Maartensdijk en De Bilt. Het gebied dankt zijn bestaan aan de grootschalige ontginningen van het waterrijke veen- en moerasgebied, die in de 12e eeuw zijn begonnen.Lees meer >>
Weesp

Weesp

De geschiedenis van Weesp gaat terug tot ver in de middeleeuwen. In het jaar 1156 komt de naam voor het eerst voor in een oorkonde van de bisschop van Utrecht. De naam “Weesp” betekent: “weide aan het water”. In 1355 krijgt Weesp van hertog Willem van Beieren stadsrechten. Het stadsrecht is één van de oudste archiefstukken van het gemeentearchief...Lees meer >>

Selecteer blogs uit de gemeente:

Verborgen Verleden in Weesp

Youp van ’t Hek en zijn opa Johan Schafstall, Weesper componist en dirigent

Het programma Verborgen Verleden van de NTR is de laatste jaren steeds populairder geworden. In het programma gaat een bekende Nederlander op zoek naar zijn of haar familiegeschiedenis. Hierbij doet hij of zij vanzelfsprekend ook vaak een archiefdienst aan, daar worden immers de schatten uit het verleden bewaard. In maart was het de beurt aan het RHC Vecht en Venen om een bijdrage te leveren aan dit bijzondere programma. Youp van ’t Hek, cabaretier, bezocht Weesp om meer te weten te komen over zijn opa, Johannes Schafstall.

Dankzij medewerking van de gemeente Weesp konden de opnames plaatsvinden in de indrukwekkende raadszaal van het monumentale stadhuis uit 1776. Het was niet de eerste keer dat de raadszaal diende als decor voor televisieopnamen; in de jaren ’80 werd het VARA-discussieprogramma De Achterkant van het Gelijk regelmatig in dezelfde ruimte opgenomen. In navolging van de uitzending wordt in dit artikel wat uitgebreider stilgestaan bij het leven en werk van Johan Schafstall in Weesp, en zijn rol in de lokale gemeenschap. Er valt over deze man namelijk veel meer te vertellen dan in de televisie-uitzending paste.

 Johan Schafstall

Jeugd

De grootvader van Youp, Petrus Antonius Johannes Schafstall (1878-1946), werd op 23 juni 1878 geboren in Weesp.[1] De ouders van de kleine Johannes waren Hendrika Schiltmeijer en Johannes Schafstall. Zijn vader was geboren en getogen in Weesp, zijn moeder kwam uit Weesperkarspel. De opa van ‘onze’ Johannes kwam uit Hannover, vandaar de Duits aandoende naam Schafstall. Vader Johannes overleed al op jonge leeftijd, toen hij 29 jaar oud was. Zijn zoontje was toen net twee weken oud. Moeder Hendrika hertrouwde vervolgens wel en kreeg nog twee dochters, halfzusjes van Johannes dus. Johannes had ook nog een oudere broer, Henricus Johannes Schafstall, maar ook hij overleed jong en kwam tragisch om het leven door verdrinking.[2] Hij werd slechts 11 jaar oud.[3]

Als jonge jongen uit een katholiek gezin is Johannes al vroeg in muziek geïnteresseerd. Toen hij nog maar zes jaar oud was ging hij al op zangles bij Jos Thüring, destijds de organist van de Rooms-Katholieke Sint-Laurentiuskerk. Twee jaar later zong hij voor het eerst mee in het koor tijdens de nachtmis met Kerstmis. Johan had duidelijk talent wat de muziek betreft, als hij 13 jaar is vertrekt hij naar Oudenbosch om bij de broeders aldaar zang- en pianolessen te volgen aan het vermaarde jongensinternaat Saint Louis. Na terugkomst in Weesp wordt hij in 1896 lid van het R.K.-kerkkoor. Daarbij vervangt hij vanaf 1899 Thüring als organist van de kerk, de laatste mag vanwege zijn hartaandoening geen trappen meer beklimmen. Als vrijwilliger doet Johan zijn eerste ervaring op als organist. Wanneer in 1902 Thüring komt te overlijden, wordt Schafstall vanaf 1903 officieel aangesteld als organist van de St. Laurentiuskerk.[4]

Het is rond deze tijd dat hij aan zijn ‘Gedenkboek’ begint. In dit dikke plakboek, dat onderdeel uitmaakt van het Schafstall-archief, zou Johannes nauwgezet gedurende vrijwel zijn gehele werkzame leven alles bijhouden dat in de pers verscheen en te maken had met zijn activiteiten als muziekleraar, componist en dirigent. Naast zijn werk als organist vestigde Schafstall zich namelijk als muziekleraar, nadat hij afstudeerde aan de muziekschool van Hubertus Cuypers in Amsterdam. Hij deed in alle vakken die daar aangeboden werden succesvol examen, wat niet vaak voorkwam. Daarnaast zou hij gaandeweg dirigent en ‘directeur’/zakelijk leider worden van een groot aantal koren in Weesp. Zo leidde hij voor kortere of langere tijd onder andere het rooms-katholieke St. Laurentius-kerkkoor, het gemengde koor St. Caecilia, het koor Mobilia dat bestond uit in Weesp gelegerde militairen en het koor Arti et Religioni, dat eveneens rooms-katholiek van aard was. Het was immers de tijd van verzuiling, en Johan was stevig geworteld in de katholieke zuil. Bij de oprichting van dit laatste koor in februari 1906 was Schafstall zelf nauw betrokken. Zo liet hij een gedrukte oproep uitgaan waarin Weespers opgeroepen werden een bijeenkomst in ’t Loosje bij te wonen met als doel de oprichting van een rooms-katholieke zangvereniging voor dames en heren. De oproep was een succes. Als gevolg ervan werd Arti et Religioni opgericht, dat direct met maar liefst 70 leden startte.[5] Schafstall was echter niet eenkennig, gedurende zijn loopbaan zou hij in zijn woonplaats Weesp ook onder de niet-katholieke inwoners en verenigingen uitgroeien tot een gewilde dirigent en een graag geziene stadgenoot.

Huwelijkt Loosje

Op 18 november 1908 trouwde Johan Schafstall met Johanna Maria Koperdraad (1885-1976), zij werd net als Johans moeder geboren in Weesperkarspel.[6] Haar ouders, Theodorus Koperdraad en Cornelia Pouw, baatten vanaf ongeveer 1907 tot 1919 een café annex zalencentrum uit in Weesp; ’t Loosje, thans Herengracht 7.[7]

De kans is groot dat Johan hier zijn aanstaande ontmoet heeft, de zaal van ’t Loosje werd namelijk veelvuldig gebruikt voor toneel-, muziek- en zangoptredens. Ook na zijn huwelijk zou Schafstall met zijn zangkoren veelvuldig in ’t Loosje optreden. Het voorgedeelte van ’t Loosje staat er tegenwoordig nog, het achtergedeelte waar de zalen zich bevonden is bij een verbouwing in 2000 gesloopt. Op deze plaats bevinden zich nu appartementen.[8]

De in Amsterdam geboren Theo Koperdraad was overigens op het moment dat hij ’t Loosje overnam al een bekende cafébaas in Weesp. Toen hij zich in de stad vestigde in 1895 begon hij namelijk café De Roode Leeuw aan het Binnenveer, op nummer 9, vlakbij de Zwaantjesbrug.[9] Dit pand staat er tegenwoordig nog steeds maar is moeilijk te herkennen, omdat in 1935 de karakteristieke gevel is gesloopt en vervangen.[10] In 1920 vertrok Koperdraad uit Weesp en nam hij Het Wapen van Amsterdam in ’s-Graveland over.

Succesvol dirigentCafé De Roode Leeuw

Een ander etablissement waar Schafstall en de zijnen vaak optraden was de Roskam. Dit hotel annex zalencentrum, waarbij ook een muziektent hoorde, komt als locatie van zanguitvoeringen net als ‘t Loosje vaak terug in de vele programmaboekjes die in het plakboek van Schafstall te vinden zijn. Bijvoorbeeld in het geval van het programma voor het ‘Derde Mannen-Zangtournooi voor Gooi- en Eemland’, dat op 10 mei 1923 in de Roskam werd gehouden. Schafstall was hier present als leider van mannenkoor St. Cecilia en oogstte veel lof van het aanwezige publiek op het grote zangfeest waarvoor zo’n 250 zangers naar Weesp waren getrokken. In de Weesper Weekbode van 19 mei 1923 is te lezen dat burgemeester Cleveringa Schafstall als huldeblijk een met rozen getooide lauwerkrans aanbood. “Zoowel het overtalrijke publiek als de zangers brachten den sympathieken directeur spontaan een hartelijke ovatie”.[11]

Met hun optredens wisten de dirigent en zijn zangers ook gezamenlijk weleens een prijs te winnen tijdens nationale zangwedstrijden. Zo sleepten de zangers van St. Caecilia in 1917 bij de ‘Nationale Zangwedstrijd’ in Baarn die daar door het koor Baarn’s Mannenzang was georganiseerd, de 2e prijs én de publieksprijs in de wacht. Ook in dit geval werd Schafstall individueel geëerd, met een zilveren medaille.[12]

Een paar jaar later, in 1922, gingen Schafstall en de mannen van St. Caecilia er in Utrecht zelfs met een 1e prijs vandoor, toen werd meegedaan aan het ‘Groot Nationaal Concours’ dat was georganiseerd door het Utrechtse mannenkoor Kunst na Arbeid.

1e prijs
Afb. 4 Het koor na het behalen van de 1e prijs van de 3e afdeling tijdens het concours in Utrecht (GAW050, inv.nr. 1, p. 107)

Ook heuglijke gebeurtenissen in de koninklijke familie waren reden tot optreden voor Schafstall en zijn zangers en zangeressen. Zo verzorgde Schafstall de repetities voor degenen die mee wilden doen aan de aubade op 5 september 1923, toen gevierd werd dat koningin Wilhelmina 25 jaar op de troon zat.[13] En jaren eerder al, bij de geboorte van prinses Juliana, was Schafstall present om zijn koorleden van het rooms-katholieke koor Arti et Religioni aan te voeren tijdens de zangpartijen voor het stadhuis in Weesp, op maandag 10 mei 1909.[14]

 Een bijzonder voorval in de muziekcarrière van Schafstall vond plaats toen hij ook de muzikale leiding had over het koor Mobilia, dat bestond uit in Weesp gelegerde militairen die vanwege de Eerste Wereldoorlog waren gemobiliseerd. Schafstall dirigeerde deze gelegenheidsformatie zonder daarvoor betaald te worden. Tijdens zijn 25-jarig jubileum als musicus werd gememoreerd aan een bijzonder voorval uit deze periode. Zo moest het koor op een keer een zanguitvoering geven op het moment dat een van de beste zangers uit het koor een straf in de militaire gevangenis uitzat. Schafstall wilde deze goede kracht per se bij de uitvoering hebben en toog naar de kapitein van het legeronderdeel om zijn zaak te bepleiten. Het lukte hem de soldaat vrij te krijgen voor de dag van de uitvoering, na afloop echter moest deze weer linea recta terug achter de tralies om zijn straf uit te zitten.[15]

25 jaar in het vak

Het hierboven aangehaalde 25-jarig jubileum van Schafstall als ‘toonkunstenaar’ in 1928 werd groots gevierd in Weesp. Er werd een heus ‘Huldigings-comité Joh. Schafstall’ voor in het leven geroepen, met daarnaast een erecomité waarin onder andere burgemeesters, wethouders, en industriëlen als Van Houten plaatsnamen.[16] Zaterdag 14 januari werd Schafstall feestelijk ontvangen in De Roskam, waar eenieder hem tijdens een uitgebreide receptie kon feliciteren met de behaalde mijlpaal. Op 17 en 19 januari werden twee concerten ter ere van Schafstall gegeven in De Roskam. Hieraan verleenden maar liefst alle acht verschillende Weesper koren hun medewerking. Daarbij vond op 16 januari ook nog een ‘Groote Serenade’ plaats bij de jubilaris aan huis, waarbij de muziekverenigingen De Adelaar, Jubal en Soli Deo Gloria eendrachtig samenwerkten.

10 affiche
Afb. 5 Affiche jubileumconcerten, eenzelfde affiche hangt thuis bij Youp van ‘t Hek aan de muur (GAW050 inv.nr. 11)

Ter ere van zijn jubileum werd Schafstall door de burgers van Weesp een zilveren bokaal aangeboden. Ruim honderd uitvoeringen waren er tot dat moment onder zijn leiding tot een goed einde gebracht. De receptie en de concerten waren drukbezocht; onder andere de Weesper Courant, De Vechtbode, De Gooi- en Eemlander en het zangersblad Euphonia plaatsten uitgebreide verslagen van de feestelijke avond, de serenade en de twee concerten.[17] Meer dan twintig sprekers had tijdens de bijeenkomst het woord tot de jubilaris gericht, en zo’n 35 bloemstukken werden hem als blijk van waardering overhandigd.

Het eeuwfeest van de cacao- en chocholadefabriek van Van Houten vond niet lang na Schafstall’s jubileum plaats, en ook daar was hij alweer van de partij. Op donderdag 26 april 1928 voerde hij een groot koor van schoolkinderen aan dat een gezongen eerbetoon aan de chocoladefabrikanten bracht. Ook na dit optreden waren de loftuitingen in de geschreven media niet van de lucht.[18]

11 dirigent
Afb. 6 Rechts achter het katheder Schafstall die het koor dirigeert (GAW050, inv.nr. 1, p. 166)

Een laatste mooie anekdote over Schafstall’s periode in Weesp, die de Verborgen Verleden-uitzending overigens wél haalde, is die over zijn deelname aan een prijsvraag in 1930. De Bond van Geheelonthouderszangvereenigingen in Nederland wilde namelijk graag muziek gecomponeerd zien onder het gedicht ‘De blauwe vaan’ van Freek van Leeuwen om het te kunnen zingen. Het lied zou gezongen moeten kunnen worden door een gemengd koor. Schafstall wilde de 25 gulden die aan de prijsvraag verbonden was wel in zijn zak steken en zond een compositie in. Prompt won hij de prijs, maar dat hij niet per se dezelfde doelen als de uitschrijver van de prijsvraag nastreefde bleek al snel, hij besteedde het prijzengeld namelijk aan ‘een heerlijk glaasje’ met zijn gezin.[19] Natuurlijk herkende Youp van ’t Hek meteen zichzelf in deze eigenzinnige dirigent en componist met humor.

Enkele jaren na deze prijsvraag vertrok Schafstall naar Amsterdam. Dat was in 1933.[20] Na vervolgens nog van juni 1938 tot december 1945 in ’s-Graveland gewoond te hebben, verbleef hij aan het eind van zijn leven nog een maand in Amsterdam. Daar overleed hij op 9 januari 1946.[21]

 

Kijk hier op de website van het NTR voor meer informatie over de uitzending en om de uitzending terug te zien..

 


[1] GAW030-01 Gemeente Weesp 1814-1912, inv.nr. 929. Aktejaar 1878, aktenummer 80.

[2] GAW030-01, inv.nr. 1092. De voornaam van de jongen staat hier abusievelijk als Heervinus geschreven in plaats van Henricus.

[3] GAW030-01, inv.nr 966. Aktejaar 1888, aktenummer 13.

[4] GAW050, archief Componist Joh. Schafstall 1904-1944, inv.nr. 1, zie ongenummerde pagina vóór pagina 1.

[5] Ibidem, p. 3.

[6] GAW030-01, inv.nr. 954 huwelijksakte nr. 62 van 1908.

[7] I. Kemperman-Wilke, ‘Het verleden heden: Het Loosje’, in: Weesper Weekblad, 13-11-1997. Beschikbaar bij het RHCVV onder code HD-W-4-084.

[8] Bouwdossierarchief gemeente Weesp, dossier W/8109 (2000) Herengracht 7 en Blomstraat 1, 1a, 3, 3a, 3b, 5, 5a, 7, 7a, 7b, 7c, 9.

[9] E. Pouwels, ‘’t Loosje was er voor iedereen’, in: Historisch Weesp jrg. 32 nr. 1 (april 2016) 4-7, aldaar 5. Beschikbaar bij RHCVV onder code HP-W-1-064.

[10] Bouwdossierarchief gemeente Weesp, dossier BP-1935-2.

[11] GAW050, inv.nr. 1, p. 121.

[12] GAW050, inv.nr. 1, p. 67.

[13] GAW050, inv.nr. 1, p. 125.

[14] Ibidem, p. 20.

[15] GAW050, inv.nr 31, ‘supplement’.

[16] GAW050, inv.nr. 11, ‘programma der huldigingsconcerten’.

[17] GAW050, inv.nr. 1, p. 145-165.

[18] Ibidem, p. 166-167.

[19] I. Kemperman-Wilke, ‘Weesper componist Johan Schafstall muzikaal middelpunt in Weesp’, in: Weesper Weekblad,14-01-1999, p. 5-E.

[20] GAW050, inv.nr. 1.

[21] Persoonskaart Petrus Antonius Johannes Schafstall, via CBG-Centrum voor familiegeschiedenis. Hij woonde toen aan de Overtoom nummer 215-I.

Om RHC Vecht en Venen goed te laten functioneren maken we gebruik van cookies. Bekijk ons cookiebeleid.