Een Mooij verhaal: Het was een mooie zomeravond

Categorie: Stichtse Vecht
Geschreven: donderdag 28 juli 2022 11:51
Gepubliceerd: donderdag 28 juli 2022 11:51
Geschreven door Marloes Koelewijn
Hits: 851

Willem Mooij, een van onze vaste bezoekers, schrijft regelmatig verhalen over bijzondere gebeurtenissen in of personen uit Loenen. Deze verhalen hebben nu ook een plekje gevonden op onze blog:

Kabouter Wouter, zat voor zijn huisje rustig een pijpje te roken. Hij had niet veel gedaan vandaag.

Eédejee..., wat was het warm geweest. Veel te warm om te werken. Hij had alleen maar zijn tuintje gesproeid en wat dorre blaadjes verwijderd. Ja, zijn tuintje ging voor alles! Zelfs als het erg warm was.

Iedereen zei altijd: 'Dat hij een echte tuinkabouter was.' Nou, dat wilde hij graag zo houden. Dikwijls kwamen andere kabouters bij hem om raad vragen. Van heinde en ver kwamen ze.

Daar was hij wel een beetje trots op. Ja, hij wist er dan ook een behóórlijke hoeveelheid vanaf, vond hij zelf.

Laatst nog, kwam er één vragen: ’Of hij appelmoes moest poten of zaaien?’

Eédejéé.!! Hij had zich bijna een puntmuts gelachen!

Appelmoes poten..., zaaien..., wat een vraag!

Het was kabouter Wouter opgevallen dat er vandaag weinig kinderen in het bos waren geweest. Maar dat begreep hij wel. Kinderen gingen met dat warme weer Liever naar de zee, Lekker pootje baden. En een ijsje eten. Nou, hij vond het best, Dan was het hier tenminste lekker rustig.

Toch zou hij ook wel eens naar het strand willen en de zee zien. Daar had hij al veel over gehoord. Some verlangde hij ernaar. Maar, het was voor hem véél te ver lopen. Hij bleef maar rustig hier. Hij vermaakte zich hier ook wel.

Hij lurkte aan zijn pijpje en keek tevreden om zich been. Eédejéé..., wat zie ik nou, mompelde kabouter Wouter. In de verte zag hij lets aankomen. Het leek een omgevallen steelpannetje.

Het verplaatste zich heel langzaam in zijn richting.

Maar een omgevallen steelpannetje schuift toch niet vanzelf over een bospad, dacht hij verbaasd.

Langzaam kwam het pannetje naderbij!

Toen zag hij pas goed wat het was!

Eédejéé...! Een schildpad! riep kabouter Wouter. Wat moet die hier? Wat zoekt een schildpad in een bos?

Hij moest goed opletten dat het beest niet door zijn mooie tuintje zou lopen! Dat zou me een lelijke ravage kunnen worden!

Wat moet jíj hier? riep kabouter Wouter verbaasd. Jij hoort toch niet in het bos? De warmte heeft je zeker bevangen? Daardoor loop je zeker zo verdwaald rond?

 

Nee.., nee hoor.., je begrijpt het niet, antwoordde de schildpad verdrietig. Het is nog veel erger. De mensen waar ik woonde zijn verhuisd. Ze wilden mij niet meenemen. Ze willen me helemaal niet meer. Een paar dagen geleden hebben ze me hier in het bos achtergelaten.

Eédejéé...!! Wat een gemene rotstreek! riep kabouter Wouter. Echt weer zo'n grotemensenstreek. Eerst een hele tijd van je genieten en dan opeens, moeten ze je niet meer!

Hoe heet je eigenlijk?

Ze noemen me Schuiffie, antwoordde de schildpad.

Wei een toepasselijke naam, vond kabouter Wouter. Wacht ik zal een mals kropje sla uit mijn tuintje halen. Eet dat maar lekker

op, dan kom je weer op krachten. Want je zult wel erg vermoeid zijn. Héérlijk.., smaakte Schuiffie het kropje sla. Hij peuzelde dat

het een lieve lust was. Toen hij het laatste blaadje had opgegeten, vroeg kabouter Wouter: Waar ben je heen op weg? Waar ga je naar toe?

1k ben op weg naar zee, antwoordde Schuiffie.

Eédejéé...!! Helemaal naar zee…! riep kabouter Wouter. Weet je

wel hoe ver dat is?

Zo ongeveer wel, antwoordde Schuiffie..is ik een beetje doorschuifel, is het, schat ik, één dag.

Dan blijf je vannacht maar hier slapen, zei kabouter Wouter bezorgd. Dan kan je eerst uitrusten, voor je verder gaat!

Heb je soms zin om morgen met me mee te gaan? vroeg Schuiffie. Dat zou ik héél fijn vinden.

Nou.., nee.., het is me véé1 te ver lopen. Dat kan ik niet. Zo ver kom ik niet, antwoordde kabouter Wouter. Bovendien kan 1k hier moeilijk gemist worden.

Een paar dagen, kan toch wel? oordeelde Schuiffie, Je zult het beslist héél fijn vinden. En je hoeft helemaal niet te lopen.

Je kan bij mij op mijn schild plaatsnemen. 1k schuifel je wel naar de zee! Zo af en toe neem ik een sukkeldrafje, dan zijn we er zo! Nou, vooruit dan maar, omdat je zo aandringt en ik niet hoef te lopen, stemde kabouter Wouter toe. Het kan eigenlijk niet, maar

ik wil de zee ook wel eens zien!

Joeppie...! Fijn...! Heerlijk...! riep Schuiffie verheugd. Dan kan je ook eens lekker pootje baden! En je krijgt van mij een ijsje!

(Zo kan het gebeuren, ale je op het strand zit, dat je een schildpad met een kabouter op zijn rug ziet aankomen.)

Willem Mooij