Stichtse Vecht

Stichtse Vecht

De gemeente Stichtse Vecht is op 1 januari 2011 ontstaan door samenvoeging van de voormalige gemeenten Maarssen, Breukelen en Loenen. De gemeente heeft zo'n 63.000 inwoners. Stichtse Vecht ligt tussen de steden Amsterdam en Utrecht en telt een aantal kernen, veelal bestaand uit dorpen of buurtschappen.Lees meer >>
De Ronde Venen

De Ronde Venen

De Ronde Venen is op 1 januari 2011 ontstaan door de samenvoeging van de voormalige gemeenten Abcoude en De Ronde Venen. De gemeente telt bijna 43.000 inwoners en ligt op een steenworp afstand van Amsterdam, Schiphol en Utrecht. De belangrijkste woonkernen in de gemeente zijn de dorpen en buurtschappen Mijdrecht, Vinkeveen, Waverveen, Wilnis, Abcoude...Lees meer >>
De Bilt

De Bilt

De Bilt is een fusiegemeente die in 2001 is ontstaan na samenvoeging van de gemeenten Maartensdijk en De Bilt. Het gebied dankt zijn bestaan aan de grootschalige ontginningen van het waterrijke veen- en moerasgebied, die in de 12e eeuw zijn begonnen.Lees meer >>
Weesp

Weesp

De geschiedenis van Weesp gaat terug tot ver in de middeleeuwen. In het jaar 1156 komt de naam voor het eerst voor in een oorkonde van de bisschop van Utrecht. De naam “Weesp” betekent: “weide aan het water”. In 1355 krijgt Weesp van hertog Willem van Beieren stadsrechten. Het stadsrecht is één van de oudste archiefstukken van het gemeentearchief...Lees meer >>

Selecteer blogs uit de gemeente:

Een brutale soldaat in Breukelen

Franse leger 1795

Franse soldaten, 1795

De intocht van de Franse revolutionaire legers in de Nederlandse Republiek verliep niet overal even gladjes. Een blik op de lokale perikelen die aanvoer van zoveel militairen met zich meebracht biedt een verklaring die te vinden is in het archief van de voormalige gemeente Breukelen-Nijenrode, van 5 februari 1795.[1] In deze akte deden Breukelse gemeentebestuurders hun beklag, heel vooruitstrevend in het Frans natuurlijk, het was immers de Franse Tijd, over een incident dat veroorzaakt werd door een soldaat uit het Franse leger.

De onverlaat in kwestie had om een uur of drie ’s-middags een der gemeentebestuurders gevraagd om een zogenaamd ‘Billet de Logement’, in feite een verklaring waarmee hij toestemming kreeg in huis te verblijven bij lokale inwoners. Op het verzoek of hij ter verkrijging daarvan de juiste papieren kon overleggen antwoordde hij ontkennend. Daarop werd hem het inkwartieringsdocument logischerwijs geweigerd. Dit alles speelde zich waarschijnlijk af in het ‘Regthuys’, huidig adres Kerkbrink 35. Dat gebouw was al eeuwenlang in gebruik voor bestuurlijke zaken, naast de herbergfunctie die het pand tevens vervulde.[2] Wellicht had de soldaat dan ook al een paar glaasjes teveel op toen hij zich met zijn verzoek tot de gemeentelijke autoriteiten wendde.

Breukelen Nieuwstraat

Het Regthuys ca. 1955-1960

Afgaande op zijn voorkomen zou de soldaat een Brabander of Duitser geweest zijn, hij sprak in ieder geval wel Nederlands. Toen de ambtenaar van dienst hem sommeerde naar zijn bataljon te keren antwoordde de helaas niet bij naam genoemde soldaat dat hij dat niet zou doen, en dat zeggende wierp hij zijn bepakking af en deelde mee: “ik blijf hier”. Hij schold de andere ambtsdragers die polshoogte kwamen nemen uit voor ‘spitsboeven, hondsvodden, en schurken’. De burgemeester die polshoogte was komen nemen liet daarop ‘la garde’, de wacht, aanrukken om de brutale soldaat in te rekenen. De soldaat reageerde hierop met ‘ik schijt in de wagt, in de commandant en in uw allen’. Hierop ontstak de burgemeester in woede en riep, ondertussen met de vuist op tafel slaand om zijn woorden kracht bij te zetten, dat de niet bij naam genoemde soldaat het niet waard was de Franse republiek te dienen. De soldaat diende hem vervolgens van repliek met de opmerking dat de burgemeester het op zijn beurt niet waard was de soldaat z’n schoenen te poetsen. Deze belediging liet hij gepaard gaan met tikken op de borst van de burgemeester, eindigend met een grote klap. De burgemeester liet dat niet op zich zitten en viel de soldaat aan en wierp hem op de grond. Ten slotte werden de huzaren die op Gunterstein gelegerd waren te hulp geroepen om de soldaat af te voeren. De ambtsdragers waren er tevens getuige van geweest dat de soldaat getracht had de burgemeester aan te vallen met een wapen waarop de burgemeester een tang, waarschijnlijk een haardtang, had gepakt om de slag af te weren maar de soldaat daarbij niet had verwond.

Uit hoofde van de gemeente sloot men af met de plechtige verklaring dat als het bestuur aan dergelijke aanvallen zou worden blootgesteld, en als het zulke onrechtvaardigheden en brutaliteiten zou moeten verduren, het niet mogelijk zou zijn om zijn functioneren als plaatselijk bestuur voort te zetten. Zover kwam het gelukkig niet, maar het geval wekte genoeg ongenoegen om er een uitgebreide verklaring van op schrift te stellen.

 


[1] Toegang 1002, Gemeente Breukelen-Nijenrode, 1569-1811, inv.nr. 289.

[2] A. Manten en M. Laméris, Breukelen. Geschiedenis en architectuur (Zeist/Utrecht 2008) 218-220.

Om RHC Vecht en Venen goed te laten functioneren maken we gebruik van cookies. Bekijk ons cookiebeleid.